Voor sommigen, zou deze benaming: de heuvel waar de “jarret” van de koeien plooit” beduiden. Voor anderen, herinnert hij aan de tijd waar de herders hun koeien naar de rivier brachten om ze te laten drinken “Gare aux boeufs”.
Dit zijn uiteraard volkse interpretaties die goed de ietwat zware sfeer en de werkomstandig-heden in dit chaotische landsdeel weergeven. Om de oorsprong van de naam terug te vinden, dient men zich te keren tot de oude toponiemen die de reliëfvormen weergeven zoals ook het geval is bij de benaming “Garonne”.
Een droom van ijzer
In 1878 droomt een man in deze onherbergzame streek boven het bochtige verloop van een rivier tussen de bomen en de koeien. Een droom in ijzer. Een droom van verbinding.
In zijn blik op de oneindige einder, vindt men de ondernemingszin van de 19de eeuw terug om de extravaganties van de natuur en de onrechtvaardigheden van het reliëf te verbeteren. Deze man droomt van een brug, die zoals de zevenmijl laarzen, de heuvels zou verbinden en die er eindelijk zou toe bijdragen het Centraal Massief, te massief en niet centraal, te verbinden met de rest van Frankrijk.
Deze dromer heet Léon Boyer. Hij is een jonge ingenieur van de dienst Bruggen en Wegen, afkomstig uit de Lozère aan wie zijn professors een briljante toekomst voorspelden. Spijtig genoeg zal zijn roem van korte duur zijn: in 1886, verantwoordelijke voor de opening van het Panamakanaal, zal hij sterven ten gevolge van geelkoorts.
Maar nu in 1878, is hij tewerkgesteld in Marvejols. Als opdracht heeft hij, deel per deel de moeilijkste spoorverbinding te realiseren: Parijs-Beziers.
De wijnbouwers uit de Hérault en de kaasboeren van Roquefort wachten ook vol ongeduld op deze rechtstreekse verbinding om hun producten gemakkelijker naar de hoofdstad te kunnen brengen.
Maar de opening van deze verbinding zal meerdere gevolgen hebben: ze zal bijdragen tot de gedeeltelijke ontplooiing van het Centraal Massief, maar zal ook bijdragen tot de exodus naar Parijs van duizenden Auvergnats en Rouergats.
Een zwart punt op de lijn
Op het tracé bevindt zich een zwart punt: de plaats “Garabit”, een diepe kloof tussen twee plateaus waar de rivier “Truyère” loopt.
De uitdaging ligt daar: aan zijn voeten.
Hij is gehaast om in deze gure winter bij –17°C en 80 cm. sneeuw om de steile hellingen van de Truyère te beklimmen. Boyer meet, rekent, raamt, evalueert, vergelijkt.
Studies in deze omstandigheden lijken voor de meesten onmogelijk, vertellen zijn medewerkers later en nochtans voegen ze er aan toe dat enkel zijn aanwezigheid voldoende was om alles om te vormen; het was geen karwei meer, maar eerder een feest.
Men voelt in het begin aan dat de opmeters schoorvoetend te werk gaan, maar met de tijd worden ze ook bevangen door de doorgedrevenheid van de bouwheer.
In zes weken tijd, zijn de terreinstudies voltooid en het project zelf aan de administratie overhandigd in maart 1879; bekrachtigd door de minister op 14 juni 1879.
De Garabit familie
Boyer, om zijn project te illustreren, neemt als voorbeeld de brug Maria-Pia over de Douro in Portugal. Deze werd getekend door Théophile Seyrig, een ingenieur van de firma Eiffel en wordt gerealiseerd door hem in 1876.
Deze inpikking, die Boyer eerlijkheidshalve schrijvend erkent: het viaduct Garabit is ontworpen rekening houdend met gekende elementen die we getracht hebben te optimaliseren. Deze erkenning zal leiden tot de polemiek aangaande de paterniteit van het kunstwerk.
De internationale bekendheid van Gustave Eiffel zal gedurende lange tijd de creatieve inbreng van ingenieur Boyer bedekken en dit ondanks een brief gedateerd van 20 november 1880 aan de hoofdredacteur van “La France”. Ik ben uitermate gevleid door de lofbetuigingen die me zijn gezonden, maar ik kan er slechts een deel van in ontvangst nemen: een groot gedeelte is bestemd voor de ingenieurs van de Staat , de heren Baudy en Boyer onder wiens leiding ik dit werk heb uitgevoerd.
Het viaduct van Garabit werd dus wel degelijk ontworpen door Leon Boyer en uitgevoerd door de firma Gustave Eiffel. Hij heeft kunnen genieten van twee aandachtige medewerkers: de ontwerper en de uitvoerder.
bewerking: Roland Paternoster
|