Header image fr de uk
Miniatuur Spoorweg Club Mechelen  
De Pijl wenst u een aangenaam bezoek aan onze website.
 
 
 
 
 
 
 
  Stationsomgeving Leuven
 

 

Met de bouw van het nieuwe busstation, de aanleg van het Martelarenplein en het graven van een tunnel en een ondergrondse parking is het uitzicht van de Leuvense stationsbuurt grondig gewijzigd.

Het chaotische verkeersknooppunt van weleer is omgevormd tot een overzichtelijke, verkeersarme stedelijke ruimte. De architect van dit alles, Manuel de Solà-Morales, baseerde zijn ontwerp op het stedenbouwkundig plan van het K.U.Leuven-Projectteam-Stadsontwerp o.l.v. Marcel Smets. In het Algemeen Ontwikkelingsplan vormt het station de spil van een ambitieus project op grotere schaal.

Het nieuwe busstation
Het plein, de parking, de tunnel en het L-vormige busstation zijn ontworpen door de Catalaanse architect Manuel de Solà-Morales en gerealiseerd in samenwerking met het ingenieursbureau SWK uit Gent en architectenatelier A33 uit Leuven. Onder hoge betonnen portieken afgedekt met sheddaken liggen 7 busperrons waaraan telkens 4 bussen kunnen aanmeren. Aan de achterzijde overbrugt het volume de plaats waar binnenkort het perron van het GEN zal worden gebouwd. Op het gelijkvloers bevinden zich de loketten en aan de kant van het plein enkele horecazaken. Op de verdiepingen zijn de kantoren voor de directie van De Lijn Vlaams-Brabant en enkele kantoren voor Eurostar gevestigd.

1

Het gebouw dient als knooppunt van de verschillende verkeersstromen op en onder het verkeersplein. Het was de bedoeling van de architect de wisselwerking tussen de verschillende verkeersmodaliteiten goed zichtbaar te maken en ze op een efficiënte manier op elkaar laten inspelen. De voetgangerstunnel, die vertrekt vanuit Kessel-Lo en uitmondt in een grote opening in de gevel, geeft aansluiting op de sporen, de bushaltes en de ondergrondse parking. Wanneer het GEN zal zijn aangelegd, heeft men vanaf de bushaltes een onmiddelijke verbinding met het perron.

Efficiëntie en vlotheid zijn de sleutelwoorden van het ontwerp. Tegelijk werd voor de reiziger en pendelaar een aangename stedelijke ruimte gecreëerd. Zo werd de ongezellige voetgangerstunnel verbreed en omgevormd tot een stedelijke straat met enkele winkels en drank- en eetgelegenheden.

Dank zij de bouw van de tunnel en de ondergrondse parking werd het plein verkeersarm gemaakt. Het verkeersknooppunt werd verlegd naar de nieuwe verkeerswisselaar “Tussen twee waters“ een eind verderop in de Diestsevest. Het Martelarenplein werd een “zone 30“ met als enig verkeer, taxi’s en bussen (en kiss-and-ridezone). Ondergronds onderscheiden zich twee niveau'’s : één voor de tunnel en een deel van de ondergrondse parking (-2) en één voor de combinatie van ondergrondse parking en voetgangerstunnel (-1). Men verlaat de parking langs de voetgangerstunnel of langs de uitgang in het midden van het plein naast het oorlogsmonument. Deze grote opening zorgt voor een natuurlijke lichtinval zodat de ondergrondse geen obscure plaats voor auto’s wordt.

De gevel van het gebouw is bekleed met een opvallende oranjerode baksteen en afgewerkt met metaalgrijze luifels en zonnewering. Het gebruik van de rode baksteen stemt min of meer overeen met de historische gebouwen aan de stadskant van het plein, maar contrasteert sterk met het 19de –eeuwse treinstaition in witte natuursteen. Op de vraag naar de verantwoording van de stijlbreuk van het moderne gebouw met de historische gebouwen rondom het plein, antwoordt de architect dat “respect voor het historische niet een herhaling van dat historische betekent, maar wel een inzicht in de juiste proporties tussen het oude en het nieuwe“. Zo werd de schaal van de bebouwing behouden. De rooilijn en kroonlijst aan de pleinzijde komen precies overeen met deze van de buurgebouwen. Halverwege het plein verspringt de gevel ongeveer een halve verdieping zodat het gebouw de overgang maakt tussen het gebouw aan de overkant van de straat en het iets hoger treinstation.

De gevel van het L-vormig gebouw zorgt voor een duidelijke begrenzing van het plein aan de noordzijde. Het plein is een grote, open ruimte zonder al te veel groen. De architect wou geen park of recreatieruimte aanleggen, maar wel een stedelijke ruimte waarin de functies van vertrek en aankomst een prominente plaats innemen. Hij wou zo veel mogelijk obstakels vermijden en zorgen voor een maximale vrije ruimte voor voetgangers die het plein oversteken en voor eventuele evenementen. 

2

EEN NIEUW STADSCENTRUM “ De nieuwe stationsbuurt vormt het centrum van een stedenbouwkundig ontwerp op grotere schaal, dat zich uitspreidt langs twee loodrecht op elkaar staande assen. In de eerste plaats moet de vernieuwde stationsbuurt zorgen voor de “ontsluiting” van de aanpalende gemeente Kessel-Lo. Kessel-Lo is een dichtbevolkte randgemeente van Leuven, gelegen aan de overzijde van het spoor. De gemeent ligt slechts op een kwartiertje stappen van het stadscentrum, maar daarvoor moet men het spoor oversteken. Met de aanleg van de nieuwe stationsbuurt en de voetgangerstunnel wordt dit traject niet alleen vergemakkelijkt, maar ook een stuk aangenamer gemaakt. Bovendien zal er langs de Martelarenlaan een park worden aangelegd. Dit park zal samen met de stationsoverkapping, ontworpen door het architectenbureau Samyn en Partners, de braakliggende site een nieuw aanzicht geven en de randgemeente een beetje dichter bij de stad brengen.

In de tweede plaats is het station het centrum van een nieuwe stedelijke zone die parallel loopt met het spoor en zich uitstrekt van het Provinciehuis (op dit ogenblik in ruwbouw) tot het toekomstige Vlaams Huis, waarvan de architectuurwedstrijd nog in procedure is. De drukke stadsvesten zullen heraangelegd worden (reeds gedeeltelijk voltooid). De ruimte tussen he station en het Provinciehuis zal opgefleurd worden door een groene promenade waarlangs enkele kantoorgebouwen of winkels zullen gebouwd worden.

Het provinciehuis van de Portugese architect Gonçalo Byrne bestaat uit drie grote delen: een voorplein en een torenvolume aan de noordzijde (richting station) en een lager en langer achterlichaam aan de zuidkant. Het 50m hoge torengebouw is op een twee verdiepingen hoge sokkel geplaatst om de diepere ligging aan de kant van de sporen te maskeren. Het idee van een toren met een langsbouw was een vereiste van het projectteam Stadsontwerp. Ook het nog te ontwerpen Vlaams Huis aan de andere kant van het station zal in zich een toren moeten integreren. Dankzij de twee torens wordt de strook langs de spoorweg duidelijk afgebakend, niet alleen voor de stadsbewoner, maar ook voor de voorbijrijdende treinreiziger. Samen met het station en het Vlaams Huis, zal het Provinciehuis een soort voorzichtige, maar duidelijk skyline aanduiden.

tekst : Joeri De Bruyn - bewerking : Eric Borreij

 

 

 
Nieuws
 
 
    Laatste aanpassing: 18.07.11
Webdesign: cmp@telenet.be
    Copyright 2009 MSCM De Pijl.
All rights reserved.