|
Infrastructuurprojecten stralen vaak een zekere vorm van autisme uit. Onwennig en bruusk liggen wegen, sporen en kanalen temidden van een landelijke of stedelijke omgeving. Waar ze verknopen met de omgeving geraken de lokale context en het bovenlokaal belang meestal niet op elkaar afgestemd. In die zin doen infrastructuren vaak het prefix “infra” alle eer aan. Nochtans zijn als mobiliteitsdragers de levensaders van onze netwerkmaatschappij en genereren de knopen het nieuwe publieke domein waar tijd en ruimte kostbaar zijn.
Wetteren is één van de gemeenten die zijn bekendheid grotendeels te danken heeft aan de infrastructuren die er zijn gelegd. Zo vermelden de blauwe borden van afrit 17 op de E40 de plaatsnaam die de autosnelweg enige vorm van lokaliteit verschaft. De nieuwe zwevende rotonde zorgt er zelfs voor een ruimtelijke gewaarwording, waardoor Wetteren beter verdient dan enkel een vermelding tijdens de fileberichten op radio en televisie. Maar Wetteren is ook bekend bij gebruikers van het openbaar vervoer. Het is enerzijds een handige pendelgemeente van en naar zowel Gent als Brussel. Anderzijds vormt het ook een overstapplaats in het bus- en treinnetwerk van De lijn en de NMBS. Met een industriële en residentiële ontwikkeling langs de rechteroever van de Schelde heeft het een aantal bovenlokale voorzieningen, waardoor het een belangrijke verzorgende functie naar omliggende gemeenten vervult. Met een goed uitrustingsniveau van winkels, onderwijs en diensten fungeert Wetteren daarmee als regionale draaischijf.
|

|
In schril contrast met de dynamiek van 5 000 opstappende reizigers scheen de omgeving van het station voorbij te gaan aan enige vernieuwing. De buurt met oude straten en gebouwenpatrimonium leek voorgoed ingedommeld in haar alledaagsheid. Het gemeentebestuur schreef daarom in 1998 een opdracht uit voor de herinrichting van het stationsplein en de Nieuwstraat, gekoppeld aan de globale visie voor de stationsomgeving. De plek is immers een belangrijke schakel binnen de lokale verkeersafwikkeling en wordt ook zwaar belast door doorgaand verkeer tussen E40 en E17. Dergelijk verkeersbelasting vraagt voor een extra afstemming met het structuurplan, dat de stationsomgeving aanduidt als gebied voor vernieuwing en woonversterking.
Via een onderhandelingsprocedure werd Technum aangeduid voor de opdracht. Met een kritische ontwerpmethodiek bevestigde het studiebureau uit Gent zijn opdracht dat de ambitie van de gemeente enkel kon waargemaakt worden binnen een globale visie op de stationsomgeving als transferium. De herinrichting was immers beperkt tot een aanpak van twee straten, want het stationsplein is niet meer dan een lineaire verkeersruimte tussen een continue straatgevel met wat horeca en de spoorwegbedding. De ontwerpers oordeelden dat een heraanleg enkel relevant zou zijn als ze ook structurerend werkt voor het hele stationsgebied. Ook de NMBS en De Lijn moesten uitgenodigd worden om mee het project te ondersteunen.
Met de twee extra opdrachtgevers kon de opdracht opgehangen worden aan een duidelijker programma: een nieuwe spooronderdoorgang, schuilgelegenheid, fietsenstalling, bushaltes en een pendelparking. De vernieuwing van de infrastructuur werd door Technum aangegrepen om een volwaardig stationsplein te maken en het organisatiepatroon van het voor- en natransport te rationaliseren. De tendens om bus en auto ten westen van het stationsgebouw te organiseren werd aangehouden. Zo kon de andere kant, dicht bij de winkelstraat naar het centrum ingezet worden als ruimte voor voetgangers. De verbrede spooronderdoorgang speelt daarbij maximaal in op een verbeterde relatie tussen de twee zijden van de sporen. De infrastructuur snijdt immers doorheel de gemeente en door het sluiten van de vroegere overweg heeft de onderdoorgang de waarde van een belangrijke steeg gekregen die de continuïteit van een afgesneden straat naar de Grote Markt moet verzekeren. Een fietsenstalling in de hellende onderdoorgang benadrukt de straatfunctie en zorgt enigszins voor sociale controle. Met een eenvoudig gebaar overdekken vier hellende daken de onderdoorgang, de bijkomende fietsenstallingen en de treinperrons. De architectonische oplossing voor de publieke ruimte neemt enigszins bepaalde perspectieven weg, maar materialiseert des te beter de dynamiek van het transferium en werkt als baken voor de reizigers per trein, bus of auto. De stendenbouwkundige verdienste van het ontwerp bestaat erin dat de grote amorfe leegte rond de spoorinfrastructuur voortaan op een logische en evenwichtige manier vertaald is in één en dezelfde ruimte.
|

|
Een beplanting van heesters en bloemen kleurt de betonnen flappen tot een groen icoon van één van de belangrijkste sectoren in Wetteren: de sierteelt. Wie dat wil mag het dan ook lezen als een persiflage op de sympathieke opsmuk met plantenbakken en bloemenschalen van de spoorperrons elders in het land. Het stationsgebouw zelf wacht momenteel op een restauratie. Hopelijk zorgt het stationsgebouw in het Antwerpse Boechout voor inspiratie en krijgt het een nieuw leven als brasserie met terras dat de ambiance van de horeca op het stationsplein aanvult. Verder moet de vernieuwing van het station ook doorgetrokken worden in de verbetering van het gehele gebouwenarsenaal in de omgeving.
|

|
Infrastructuur en publieke ruimte kunnen dus samengaan in een geïntegreerd project. Toch roept een dergelijke stationsvernieuwing in een kleinstedelijk gebied als Wetteren ook vragen op over de impact van de bovenlokale ingreep op de publieke ruimte, die uiteindelijk lokaal getekend en beleefd wordt. Aangezien de spoorinfrastructuur een eigen bedding heeft, blijft het effect van de insnijding in de omgeving domineren ten opzichte van de structurerende kracht van de publieke ruimte. In die zin is het een dagdroom om ooit de treinsporen omgevormd te zien tot een trambedding die zonder niveauverschil overgestoken kan worden. In het geval van Wetteren is een dergelijke verschaling niet mogelijk, maar het zou een nieuwe denkpiste kunnen zijn voor de infrastructuur van het GEN-netwerk rond Brussel, waar toch eerder het idee van een sneltram dan van een boemeltrein speelt.
Tekst: Jens Aerts - Bewerking: Eric Borreij
|